- eenvoudig
- {{eenvoudig}}{{/term}}I 〈bijvoeglijk naamwoord〉1 [niet samengesteld/ingewikkeld] simple ⇒ uncomplicated, plain 〈woorden, waarheid〉, 〈gemakkelijk〉 easy2 [zonder overdaad/pronk] simple ⇒ unpretentious, ordinary, 〈van maaltijd ook〉 frugal, 〈zeer eenvoudig〉 severe, 〈zeer eenvoudig〉 austere3 [bescheiden] simple ⇒ plain, ordinary, low(ly) 〈afkomst〉, humble 〈afkomst〉, modest, unpresuming, simple-hearted♦voorbeelden:1 in eenvoudige bewoordingen • in plain wordsdat is toch heel eenvoudig • surely that's quite simpledat is het eenvoudigste • that's the easiest waydat maakte de zaak stukken eenvoudiger • that simplified matters considerablykinderlijk eenvoudig • ridiculously simple; 〈informeel〉 foolproofzo eenvoudig ligt dat niet • it's not that simplezo eenvoudig als wat • a piece of cake3 de eenvoudigen van geest • simple(-hearted) soulsII 〈bijwoord〉1 [op eenvoudige wijze] simply ⇒ plainly2 [zonder meer] simply ⇒ just♦voorbeelden:1 hij kleedt zich eenvoudig • he dresses simplyzij leven eenvoudig • they lead a simple life(al) te eenvoudig voorstellen • (over)simplify2 ik doe het eenvoudig niet! • I simply won't do it!
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.